Als AMEXIO maken wij voor onze klanten oplossingen in Adobe Experience Manager, een op Java gebaseerd CMS-systeem. We zien vaak dat klanten hiervoor gebruik maken van een vrij traditionele DTAP-straat (Development, Test, Acceptatie, Productie). Zodra een ontwikkelaar een feature heeft gemaakt wordt deze doorgezet naar een testomgeving waar de klant deze en andere nieuwe features gaat testen. Hoewel deze werkwijze betrouwbaar is, zijn er ook beperkingen:
Met moderne infrastructuur- en automatiseringstools is het mogelijk om omgevingen dynamisch en tijdelijk op te starten. Hierbij wordt een complete AEM-omgeving automatisch opgezet wanneer deze nodig is en na gebruik weer verwijderd. Bijvoorbeeld voor:
Tijdens je stage ga je onderzoeken hoe AEM-omgevingen flexibel en dynamisch kunnen worden opgezet. Het doel is om een proof of concept te ontwikkelen waarbij een volledige AEM-omgeving automatisch kan worden gestart en weer verwijderd wanneer deze niet meer nodig is. De omgeving moet bijvoorbeeld met één actie (bijvoorbeeld via CI/CD) kunnen worden aangemaakt en na gebruik automatisch worden opgeruimd. Je denkt hierbij na over:
3e of 4e-jaars Software student of Infrastructure student
Op het eerste gezicht lijkt het eenvoudig om automatisch omgevingen op te zetten. In de praktijk blijkt dit echter complexer te zijn, zeker in combinatie met een monolithisch systeem zoals Adobe Experience Manager. AEM is oorspronkelijk niet ontworpen voor dynamische, kortlevende deployments. Daardoor ontstaan er verschillende technische uitdagingen, bijvoorbeeld rondom configuratie, contentbeheer en performance. Je zult daarom kritisch moeten onderzoeken: